|
| Zeddam
Verhalen van vroeger Benedendorpsstraat |
| update:
05-08-08
|
Foto's
van deze site mogen zonder toestemming niet gebruikt worden voor
andere doeleinde.
Tegen een vergoeding is het mogelijk foto's of gegevens van deze
site te gebruiken voor privé of zakelijke doeleinde, neem dan
contact op de eigenaar.
|
| Belevenissen van
de heer Egging naar aanleiding
van foto's van de Benedendorpsstraat 10 |
|
Ik ben Eddie Egging, geboren in Klein
Azewijn (destijds was het adres Terborgseweg 54, geloof ik) in
het huis van een van mijn ooms. Gedoopt werd ik in de Zeddamse
kerk. Mijn ouders woonden daar tijdelijk omdat Arnhem toen geëvacueerd
was. Mijn moeder, Alei Berentsen, kwam uit
Zeddam, vandaar. Mijn opa en oma woonden aan de
Benedendorpsstraat 10, een boerderij. Mijn opa was Willem
Berentsen (let op, met T) en zou in het dorp beter bekend zijn
als Willem Piep (pijp) vanwege zijn rookgewoonte. (Alle
Zeddammers hadden, volgens de vertellingen destijds een
bijnaam.) Voor zover ik mij kan herinneren, was mijn opa
directeur (geweest) van de Boerenbond. Uit een boekje over Bergh
bleek hij ook voor en vlak na de oorlog wethouder van de
gemeente te zijn geweest. Omdat mijn moeder ziekelijk was en
dikwijls in het ziekenhuis lag, brachten mijn broer, zus en ik tijdens
die ziekenhuisopnamen veel tijd door in Zeddam. Een enkel jaar zat
ik de laatste maand (maanden) van het schooljaar op de
jongensschool aan de Bovendorpsstraat. Ik kan mij niet meer
herinneren welke klas(sen) dat waren, noch kan ik mij namen van
medescholieren herinneren.
|
| De
foto "werkplaats" is de aanbouw aan de
boerderij. Ik kan mij dat niet meer herinneren, maar het lijkt mij
aannemelijk, dat mijn opa ooit timmerman is geweest. De aanbouw
werd namelijk de timmerwerkplaats genoemd en was vanuit de
boerderij bereikbaar. Een van de dingen die ik mij goed kan
herinneren is de grote houten werkbank, die tegen de rechtermuur
was geplaatst. Met al het bijbehorende gereedschap konden wij ons
uren lang vermaken. Later werden de fietsen (en scooter) van ooms
en tantes daar gestald. Het raam links op de foto was van de oude
keuken. Een klok had men niet nodig, vanuit dat raam keek men
zo op de kerkklok. Ik herinner mij nog de latjes die aan de
binnenzijde van de plafondbalken van die keuken waren
gemaakt. Daartussen werden aan stokken en in een witte sloop, de
zijden spek en de metworsten gehangen. Dat heb ik nog wel
meegemaakt. |
 |
|
De foto vanaf de west kant.
Het platte gebouw met torentje rechts was -voorzover ik mij
herinner- een maalderij van Gerritsen. Het bijzondere aan
dat pand was, dat de stoep bestond uit kleine keien. Nogal ongelijk
dus en je was daar verplicht om op de straat te gaan lopen.
|
|
De foto vanaf de oostkant
van de boerderij. De openslaande deuren en het linkerraam aan
de straat zijn van de woonkamer. Het kleine raam in de zijgevel is
van een slaapkamer (van opa en oma). Verder is in die zijgevel de
deur naar de deel en een kleinere deur te zien. Via die kleine deur
werden de koeien op stal gezet. De deel was het centrale punt in
huis. Via de deel kon men naar rechts, de gang naar de voordeur en
de links en rechts van die gang gelegen oude keuken en woonkamer
bereiken. Ook de toegang tot de ruime kelder lag aan die gang.
Verder de deel over lopend, was rechts in de achtermuur de deur
naar de timmerwerkplaats en links de deur naar de
"jongensslaapkamer" en een gangetje naar het "huuske".
Vooraan links aan de deel lag de koeienstal. Hier konden acht tot
twaalf koeien staan. De koeien (die toen nog horens hadden!) werden
met een halsriem en een ring aan een houten paal vastgezet. De
afscheiding tussen deel en koestal was een hardstenen trog. Hoog een
de deelzijde en lager aan de stalkant. In het verlengde van de gang
in het woonhuisgedeelte, was aan de linkerzijde van de deel ook nog
een gang. In dat gangetje zat een hardstenen bak, ooit gebruikt
om de melkbussen te koelen. Tegenover de koeienstal lag de keuken.
Voor zover ik mij de verhalen kan herinneren, had die ruimte ooit
als varkensstal dienst gedaan. Daar stond het fornuis waarop oma (en
later een van mijn tantes) de ontbijtpannenkoek bakte. Bij de
Berentsen's was het namelijk gebruikelijk dat je de dag begon met
een pannenkoek en
eventueel nog boterhammen (met roggebrood). De pannenkoek was
gevuld met een reep (gepekeld) spek of fruit naar het seizoen.
Pruimen (pas op, dat blijft heel lang heet), kersen, appel en soms
krenten en rozijnen.
|
|
Ik heb ook menig uurtje in Montferland of de Hettenheuvel doorgebracht om bosbessen te
plukken. Dat was het summum van genot, een bosbessenpannenkoek.
Tegenwoordig smaken die volgens mij heel anders dan vroeger of
neemt mijn herinnering mij dan in de maling? Achter het huis
was het kippenhok gebouwd met daarbij een grote ren. In de
ren stond een grote kersenboom en een boompje met "roggepruumkes".
Die waren geloof ik niet echt geschikt om te wecken, dus mochten
wij die direct eten als ze uit de boom vielen. Ik kan u verzekeren
dat wij heel vaak "per ongeluk" tegen dat boompje
liepen. Die dingen waren lekker. Tegenover het kippenhok
stond de varkensschuur.
De ramen aan de straatzijde waren
vroeger voorzien van blinden. Ik kan mij herinneren, dat die bij
het donker worden gesloten werden.
|
|
|
De oprit naast het huis en het erf
achter het huis bestond uit een laag kiezels. Dat werd iedere
zaterdag aangeharkt, waarbij wij (mijn broertje en ik) als kleine
jongens ook mochten helpen. Achter
de witte auto op de foto, lag de moestuin. Dat was het domein van
oma. Zij verbouwde daar de groenten voor het huishouden. Ook was
er een hoekje ingericht voor bloemen. Ik zie nog haar asters voor
me.
Een heg (met doornige takken)
begrensde de hof aan de straatzijde. Een anekdote: Ik had zojuist
leren fietsen, (op een herenfiets met een been onder de stang
door) toen de heg gesnoeid moest worden. Enkele ooms waren een
hele zaterdagmiddag met de heggenschaar in de weer geweest en
hadden zo goed mogelijk het snoeisel bij elkaar geveegd. Alleen
was het opruimen van die doornen niet helemaal gelukt. Terwijl de
ooms aan het snoeien waren, was ik dus op de fiets van een van hen
op straat heen en weer aan het fietsen. En u raadt het al. Ik, of
liever gezegd de fietsbanden, hadden de doornen gauw
gevonden. Nadat het werk gedaan was, werd er omgekleed en een
boterham gegeten. Ik had de fiets weer netjes in de werkplaats
gezet. 's Avonds wilde de oom van wie de fiets was, naar zijn
verkering. Bleek dat beide banden leeg stonden. Moest hij eerste
de banden plakken en vele kleine doornen uit de buitenband
peuteren. Ik geloof niet, dat hij toen heel erg blij met mij was.
Het huis is later afgebroken en liet
een van mijn ooms (Fons Berentsen) op dezelfde plek een nieuw
huis bouwen. De binnenmuur van de deel (tussen de ingang van de
werkplaats en de deur van de "jongensslaapkamer" is
gedeeltelijk behouden en vormt nu ook nog een van de muren van het
nieuwe huis.
Ik heb heel goede herinneringen aan
Zeddam en dit huis. Ik ben verder opgegroeid in Arnhem en vond
daar ook werk. Later ging ik in Rotterdam werken en dan blijkt de
afstand toch een hindernis te zijn. Je bent dan ook nog druk bezig
met je eigen leven waardoor je wat minder vaak in je (bijna)
geboortedorp komt. Oude
liefde roest echter niet.
I
|
|