|
Zomaar wat namen...?
Eigenlijk heb ik niets met Zeddam. Hoewel... als
ik in de stamboom van mijn familie duik kom ik daar in het
meest verstofte gedeelte, ergens in 1647, de naam
Span tegen. Vanaf die tijd zijn er nogal wat
voorvaderen van mij met een pasgeboren kindje vanuit Vinkwijk
naar de kerk in Zeddam getogen om het ten doop te houden. De
baby's heetten Ryksken, Hendrik, Catrieneken, Grietje...
Later ook Evertje, Willem, Derk, en niet te vergeten Berend (net
als mijn eigen vader die in 1903 geboren werd - zó lang werd
die prachtige traditie van naamgeving in ere gehouden!) Ouders, peetouders en
verdere familieleden maakten de tocht naar de kerk
waarschijnlijk te voet - misschien ook per koets -
vanuit het goed van de heren van Bergh. De hof heette "Cele
Vlinten"; vader Jan Span was daar pachtboer. Of
misschien was hij ook gewoon maar knecht van de pachtboer -
zo ver gaat mijn kennis niet.
Pachtboer of boerenknecht - gelukkig waren ze wél,
zo stel ik me voor. Ik zie in gedachten mijn oer-oer-grootvader op
de bok van het gespan zitten, de leidsels en de zweep in zijn
knoestige werkhanden, zijn vrouw naast zich met het kleintje in
de armen; de peetouders uit den vreemde op de achterbankjes
- zij noemden zich Gretgen, Gorgen, Orttell... zo staat dat
in de doopboeken opgetekend. Ongewone namen in het Berghse
graafschap... misschien omdat die eerst-geregistreerde Span
zelf uit den vreemde hier naartoe gekomen was? We weten het
niet. Wat ik wel begrijp uit het verdere verloop van mijn
stamboom is, dat de familie het hier best naar de zin heeft
gehad, en menig kindje met de naam Span is gedurende de
jaren na 1647 nog naar het kerkje in Zeddam gedragen om gedoopt
te worden.
Een van de zeven kinderen van Hendrik Span en
Styneken Boerboom - Bernard - besloot op een gegeven moment
om Vinkwijk te verlaten. Zijn vrouw Theodora Pasman kwam
uit Warbeijen, en Bernd zag het daar ook wel zitten... in
de eerstvolgende jaren werden dochter Joanna en zoon Joannes dan
ook in Warbeijen geboren. Maar Bernard kon Vinkwijk kennelijk
niet vergeten want tussen 1721 en 1730 was hij met zijn gezinnetje
even "terug van weg geweest" en twee van zijn
kinderen werden volgens de registers toch weer in Zeddam
gedoopt: Theodorus (1724) en Bernardus (1727). Daarna heeft het
gezin zich voorgoed in Warbeijen gevestigd, en van daaruit
hebben Bernard's kinderen zich verspreid over heel het Gelderse
en ver daarbuiten.
Ik ben een van hun verre nazaten, in het
trotse bezit van lieve herinneringen aan een vader die óók
Bernard heette, een opa die óók Willem heette, een broer
Willem, zelfs nog een neefje dat Bernard gedoopt werd...
dat alles geeft me tóch een gevoel van verbondenheid met
Zeddam, ook al ben ik er nooit echt geweest. Zeddam,
Vinkwijk, Bernard, Willem... voortaan nooit meer zomaar wat
namen!
|